Dit is een korte samenvatting van de geschiedenis van onze scouts. In aanloop naar het 75 jarig bestaan in september 2016 werd de informatie voor het overzicht tot midden 1977 aangeleverd door oud groepsleider Frans De Maeyer. Het kan zijn dat voor de periode nadien er nog zaken kunnen toegevoegd worden. Laat mij dan iets weten door een mail te sturen naar: webmaster@scoutsruisbroek.be
Ik ben nog altijd op zoek naar informatie, vooral van de jaren 80 en 90, die ik hierin kan verwerken.


Wat ging er vooraf

In een oud logboek werd volgend document terug gevonden:
We hielden een plezant patronaatje open aan de Dendermondse steenweg. Een Don Boscopatronaat met veel en flinke jongens met purperen bloes en gele das. Ik zeg we, dat waren natuurlijk K. Marynissen, W. Gultens en dan soms liep er een derde wiel aan de wagen, namelijk zo iemand waar ze de ‘Timmer’ tegen zeiden. Hij schuurde de meeste tijd zijn broek in ‘t seminarie en enkel gedurende het verlof kon hij komen meelollen.
Over dat alles voerde E.H. Vincent D’Heu de strenge teugel ! Als ik nu zeg dat dit gedoe flink zijn gang ging, dan was dat omdat die patronaatführerkens een stevig Tissenverbond hadden gesticht, waarvan niemand het rechte eind wist of weet, en vooral een flinke kameraadschap betekende. ‘t Ergste kwam … Onze kardinaal vond het goed dat E.H. D’Heu een kerkske zou gaan bouwen naast de moeraspoelen van Ruisbroek, zo in een gehucht waar de mensen Schobbegaer tegen zeiden. Die benoeming deed zoveel traantjes vloeien bij de mannen van de Tissens-club dat ze niet beter vonden dan mee te verhuizen, om zo gauw mogelijk met een Don-Bosco-patronaat te beginnen in dat nieuwgebakken parochietje
Groot verlof 1938 !!  Zonder lokaal, zonder uniform, maar met veel plezier in open lucht. Fietstochten naar Doel om krabben te vangen, met een autobus naar Bouwel. Tot slot van het verlof, een reuze kampvuur waar de ouders veel plezier beleefden. De Leeuwenvlag wapperde feestelijk boven de Don-Boscowimpel, zelfs Mm. Lefebvre was tegenwoordig ! De winter kwam ! Een lokaal ! 7000 frank. De Charel en de Timmer hebben er hun laatste verlofdagen aan gesleten … per fiets naar overal op bedel … de Timmer bleef ziek liggen onderweg… terwijl schreef de Charel een kruiswoordraadsel voor het parochieblad-zaligergedachtenis… ‘t lokaal kwam!… Een blaaskakig ventje van Boom, de Pol Lannie, kwam W. Gultens opvolgen.

1939…kranig voortboeren ! Becchi’s – Valdocco’s – Grigio’s – Ruaz.

’n Mooi verlof ! Een week Hoogstraten met Louis De Koninck en C°. Toen moest de Timmer op zijn tanden bijten want ’t vogeltje zat nog gevangen. Daarna…een gekke wafelbak met een fijn mosselfeest !

1940…Mobilisatie…Nu en dan kregen we nonkel soldaat op bezoek en dan zong de Bob van ju…ju…ju…

’n Flink paasverlof. We gingen nonkel soldaat opzoeken in Leuven, door een plassende regen en voor de zoveelste keer een fietspedaal kwijt. We aten dikke boere-boterhammen in ’t Gildenhuis te Londerzeel. Maar de vakantie was uit !!

10 mei 1940, de Don-Boscoventjes moesten zich bij oorlogstijd maar wat kalm houden en zich beter vastklampen aan moederrok, want de Charel en de Pol gingen voor een drietal weken op de vlucht, terwijl de Timmer er twee maand van maakte.

’t Groot verlof bracht enkele fietstochten. Sinds de verdomde rantsoenering werd het voyageren lastig. Zeg, mannen, toen begonnen de Charel en de Pol aan scouting te doen zonder dat ze het zelf wisten. Wee goe !

Groot verlof 1940 ! Zeg, ’t schijnt dat de Charel en de Pol gaan “pater” worden !

Wat moeten we nu gaan doen ? Dan moeten we die mannen maar eens goed vieren voor ze ’t aftrappen.


Begin van scouting in Ruisbroek

20 oktober 1940. Bij het naar de kerk gaan maakt de aalmoezenier aan de patrouilleleider der spechten bekend dat er een verkennerstroep zal gesticht worden. Na de hoogmis was er een bijeenkomst in het zomerhuisje. Bij een knetterend vuur legt de aalmoezenier dan uit: onze dagelijkse goede daad en de voorbereiding tot de scoutsbelofte. Hier werd de start gegeven aan scouting op Ruisbroek. De mannen van de “oude orde” openden de deuren ,zonder dat ze ‘t zelf wisten, voor de nieuwe orde.
Van tijdens de mobilisatie is er weinig nieuws te vermelden en weten we het niet zo goed. Onze veronderstelling, gestaafd door uitlatingen van oud-scouts, is dat de groep toen tijdelijk ontbonden werd. Maar links en rechts zijn er dan echter weer activiteiten uit die periode gekend. Zo werd met andere scouts- en jeugdgroepen deelgenomen aan de inhuldiging van de grot in 1941.


De geschiedenis van de spechten

De eerste patrouille, die de eer had gelijk te ontstaan met den troep. Toen had ze nog geen naam. Die kwam maar eerst den volgende zondag en samen met de vlag. De eerste leden met functies waren:
PL: Hendricks Robert
HPL en tevens schatbewaarder: Luc van Nuffel
Materiaalmeester: Philemon Pauwels
August Siebens, Henri De Hertogh, Alfons CoeckelberghMartin de Agire
Andere namen van het eerste levensjaar (zover we weten): Lode Beliën, Edward Pauwels, Paul Tonnelier, G. Liebens, Marcel Lannie, Pol Lannie, Louis Teck, Louis Moerenhout.
Als leiders: Z.E.H. Ceuppens, Master van Vilvoorde, Z.E.H. Vincent D’ Heu


Z.E.H. Vindent D’Heu, medestichter en echte eerste groepsleider

Blijkbaar was in de tijd van Z.E.H. Vincent D’ Heu de pastorij de thuisbasis voor vele jonge scouts.

‘s Zondags leidde Ceuppens de vergaderingen. Maar als die naar zijn job terugkeerde, was er toch steeds E.H. Vincent D’ Heu die de jonge leiders stimuleerde en onder zijn vaderlijke hoede nam. Hij heeft nooit groepsleider geweest, dit althans op papier, maar toch was hij erg belangrijk voor de scouts. Dit omdat hij iemand was met groot aanzien in de parochie en hij heeft zich steeds volledig achter de beweging gesteld. Dit blijkt ook wel uit het feit dat Jan en Klein Peerke, de helft van Ruisbroek, in de scouts is geweest. Nog vele jaren na den D’ Heu, was de keuken van’ t Familieheem het wolvenlokaal. Terwijl de oudere takken in’ t jachtpaviljoentje van het Kasteel Hof ter Zielbeek hun hoofdkwartier hadden. Wijlen Mevr. Lefebvre kwam goed overeen met de pastoor.

Onder E.H. Vincent D’ Heu bloeide de scoutsgroep inderdaad welig. Tijdens de oorlog vooral dankzij de mannen van Boom, stuk voor stuk bekwame leiders. Later met o.a. Filemon Pauwels, Jean Boeynaens, Toon Pauwels en Harry Schelkens die de moed er in hielden.
Toen E.H. Vincent D’ Heu zich moest gaan inzetten voor een andere parochie, die ook Don-Bosco zal heten, in Buizingen waren Ruisbroek en de scouts een belangrijke figuur armer geworden. Het heengaan van E.H Vincent D’ Heu naar een andere parochie betekende een harde dobber vooronze groep. Nog erger werd het toen bekend werd wie E.H. Vincent D’ Heu’s opvolger was, namelijk pastoor De Backer waarvan bekend is dat hij niet erg Padvindersgezind was.


Groepsleider Herman Leyers

Het kamp in Kasterlee was enkel voor Welpen. Groepsleider en kampleider was toen Herman Leyers, maar die studeerde toen in Asse, dus dit kon niet lang duren. Walter Leyers en Jackie als Akela waren toen de wolvenleiders. Het jaar daarna werden de welpen allemaal jong-verkenners en werden de welpen opgedoekt. In Herselt (51) was enkel Walter Leyers erbij als vaandrig. Gelukkig was Pol Lannie terug uit China om aalmoezenier-fourier te spelen. Ondanks deze duistere periodes werd het scoutsspel in ere gehouden. Er werd gesjord, gekookt, formatie gehouden, belofte afgelegd, totems gegeven, enzovoort… Kortom alles wat toen en nu nog voor een groot deel typisch was aan scouts.


Oud-scoutsleider en groepsleider Jackie Segers

Een bekend figuur en scoutsleider uit de jaren vijftig was Jackie Segers. Hij maakte onder de oorlog en tot 1949 als actief lid de vette jaren van de scouts mee. Jackie behaalde zijn leidersbrevet in ’49. Tussen 1950-51 was hij welpenleider. Dan tot 1955 hopman bij de verkenners en groepsleider. Zijn eerste kamp met verantwoordelijkheid was Ravels ’49 en ’50. Op dat moment vielen de meeste leiders één voor één weg. Totdat enkel Herman Leyers en de jongere Jackie over bleven. Pastoor De Backer nam het roer in handen, maar die was helaas niet pro-scouts en dat moet altijd een grote hinder geweest zijn voor de uitbouw van een grotere groep. Vanaf dan tot het definitief stop zetten in 1962 (voor vier jaar toch) en ondanks de inzet van het erg beperkte leiderskorps, heeft de groep nog maar zelden goed gefloreerd.

Van de nu volgende periode is ons nog heel wat duister gebleven. In 1954 duikt Fred Stevens op, getrouwd en tot Akela gebombardeerd. Met Florent Van Aken erbij maken de welpen terug een bloeiperiode door. In deze tijden moeten ook o.a. Gilbert Van Damme en Jackie Segers hun troep gaan doen. Maar er wordt nog zoveel mogelijk vergadering gegeven.


Groepsleider Gilbert van Damme

In 1955 werd Gilbert dan groepsleider en deze taak volbracht hij tot 1957 de week voor hij trouwde. Hij was reeds een actief persoon in de scoutsbeweging rond het jaar 50. Op dat moment waren de scouts in volle expansie. Er waren in deze periode een 100-tal leden, jongens alleen wel te verstaan. In die tijd waren er geen andere mogelijkheden tot ontspanning. De vergaderingen werden gegeven in ‘t familieheem (nu de keuken).